De Bomen door het Bosch

Hoe de Vos de Weg niet Wist (omdat hij niet kon kiezen)


In zijn vaart botst hij tegen het Zwijn aan.
“Hé kijk uit waar je loopt!” gilt het Zwijn zoals alleen een zwijn dat kan.
“Ja sorry, ik ben te laat!” roept de Vos terug.
“Kalm aan… Je komt er heus wel” knort het Zwijn gehumeurd verder zijn weg.

In volle vaart rent de Vos verder. Maar waar is hij nu?

Dat bosje van zojuist, daar was hij eerder geweest. Hij had eronder gelegen om de Fazant te bespieden. Haar dijen zagen er vet en smakelijk uit. Maar ze had zijn geur geroken en sloeg voluit alarm. De hele omgeving had het gehoord en zijn kans op een goede maaltijd was verkeken.

En nu is hij verdwaald. Dit bos heeft hij nooit eerder bezocht. En de weg terug weet hij ook niet. Zijn vertrouwde territorium is gewoon… ver weg.

De Uil strijkt zijn veren glad. Veilig boven in de boom overziet hij alles en ontgaat hem niets. “Oehoe, wat een weertje hè, Vos?”.
De Vos is niet het spraakzame type en zou zich liever verstoppen, maar aangezien dat voor de Uil niets uitmaakt besluit hij het gesprek aan te gaan “Nou, wie had dat gedacht in deze tijd van het jaar.”

“Je ziet er nogal buiten adem uit, Vos, heb je haast?” krast de Uil sarcastisch, “Ruzie met één van je vele 'vrienden'?”
“Het enige wat je hoeft te weten is dat ik de weg zoek. Welke kant moet ik op?” vraagt de Vos.
“Dat hangt er nogal vanaf waar je heen wilt.” antwoord de Uil met een opgetrokken wenkbrauw.
“Het kan me niet schelen waar ik heen ga.” dribbelt de Vos ongeduldig.
“Oehoe, maar dan geeft het ook niet veel welke kant je uit gaat, is het wel?” geeuwt de Uil afwezig.
“Zolang ik maar ergens terecht kom.” verduidelijkt de Vos.
“O, maar je komt zeker wel ergens,” zegt de Uil “zolang je maar lang genoeg doorloopt…”

“Maar welke kanten kan ik op?!” vraagt de Vos ongeduldig.
De Uil klikt met zijn snavel en wijst vooruit “Kijk, die kant gaat de weg door” hij wijst achteruit “en die kant gaat de weg terug” hij wijst opzij “en daar is een zijpad. Die zou je kunnen nemen, want je weet maar nooit. Achteraf kan blijken dat het zijpad de hoofdweg was.”

De Vos begrijpt dat hij zo geen steek verder komt en roept ten einde raad “Ik kan niet kiezen! Hoe weet ik nu welke kant ik op moet?!”
De wijze Uil kijkt met een veelbetekenende blik “Dat, beste Vos, kan niemand anders je vertellen dan alleen jijzelf. Want waar wil je naar toe? Je zou er eens een nachtje over kunnen slapen. In het duistere woud worden alle antwoorden duidelijk.”

De zon zakt en de avond valt. Met een holle “Oehoe!” spreidt de Uil zijn vleugels en glijd geruisloos het schemerige bos in. De Vos blijft achter in gedachten verzonken. Het antwoord op zijn vraag ligt blijkbaar besloten in het onderzoeken van zijn doel en de mogelijkheden om daar te komen. Zijn ogen zijn gewend aan het donker. Hij haalt diep adem, staat op, en gaat op pad…

-+-+-+-

In opdracht van Natuurwijze.nl en geinspireerd door Lewis Caroll.

Blogposts gratis in je e-mailbox?


Delivered by FeedBurner

1 opmerking: