De zeeman en de strandjutter

Hij had nog zo gewaarschuwd "Ga niet! Het is gevaarlijk! Dit word je graf!". En toch was de zeeman met zijn driemaster van wal gestoken, de veilige haven uit. Zijn zeilen, donker afstekend tegen de hel-blauwe hemel, werden steeds kleiner. En uiteindelijk waren ze achter de horizon verdwenen.

De strandjutter mompelt in zichzelf en schopt nukkig tegen een stuk aangespoeld drijfhout. De zee is rustig vandaag, maar daar achter de horizon woeden stormen weet hij. Vaak genoeg heeft hij de verhalen gehoord in het café aan de haven. Van zeemonsters en zeeslagen, van stormen en schipbreuken. Hij is nog nooit op zee geweest en is dat ook zeker niet van plan. Geen veiligere plek dan vaste grond onder zijn voeten.

Hij bekijkt het drijfhout nog eens goed. Waar heeft hij dat toch eerder gezien? Opeens dringt een schok tot hem door: De mast! Het is een stuk mast van de driemaster! Ongelofelijk, heeft hij weer gelijk gekregen... Wat moet een schip zonder mast? Zonder zeilen? Die is op de klippen gelopen...

Verbouwereerd wankelt hij achteruit. Glas knerpt onder zijn zolen. Hij kijkt en herkent het meteen. De stormlamp! De stormlamp van de driemaster! De doordringende geur van lampolie doet hem verder achteruit deinzen. Wat moet een schip in de nacht zonder stormlamp? Onzichtbaar voor anderen. Die heeft vast een aanvaring gehad en ligt nu op de bodem van de zee...

Vertwijfeld grijpt hij naar zijn hoofd en ziet verderop iets glinsteren in het zand. Als hij dichterbij komt weet hij zeker dat het onafwendbare is gebeurd. Voor zijn voeten ligt de sextant van de zeeman. De ingegraveerde initialen laten geen twijfel bestaan. Want wat is een zeeman zonder sextant? Die kan niet meer bepalen waar hij op zee is en vaart onherroepelijk zijn zeemansgraf tegemoet.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Jaren later op een gure herfstavond. De strandjutter zit voorover uitgezakt in het café aan de haven en neemt een slok van zijn bier. Hij zet zijn pint met een klap neer en kijkt... recht in het gezicht van de vrolijk lachende zeeman! "Hallo oude landrot, hoe gaat het met jou?"

Het reizen heeft de zeeman zichtbaar goed gedaan. Zijn zongebruinde huid is glad en zijn ogen fonkelen jeugdig. Alleen zijn grijze haren verraden dat hij moeilijkheden heeft doorstaan. Maar ook dat hij er wijzer van is geworden.

Hij vertelt enthousiast hoe hij nieuwe landen heeft ontdekt. Waar ze scheepsschroeven hadden, aangedreven door motoren, zodat zijn masten en zeilen overbodig werden. Waar ze electrisch licht hadden en van mijlenver zichtbaar, zodat hij zijn stormlamp ook niet meer nodig had. En hoe hij met GPS-navigatie altijd zijn weg kon vinden, zelfs op een bewolkte namiddag zonder zon of sterren.

Het schip vaart nu op eigen kracht, op de koers van boven, en is niet meer afhankelijk van de omstandigheden. Het vaargedrag van anderen doet er niet meer toe. Al het oude is ballast en hij heeft het overboord gegooid om ruimte maken voor nieuwe mogelijkheden.

De strandjutter staart in zijn lege pint. Een knagend gevoel maakt zich van hem meester. Al die tijd dacht hij de wereld te kennen. De haven en het strand. Hij had nooit geweten dat er meer was achter de horizon. Zijn wereld stopte bij de kustlijn, veilig en overzichtelijk. Hij stond met de beste stuurlui aan wal, bang om natte voeten te krijgen. Hij had overal een mening over en wilde altijd gelijk hebben, maar hij had nooit fouten durven maken. En daarom had hij niets geleerd, geen doorleefde ervaring en geen wijsheid.

Hij neemt een besluit. Hij recht zijn rug en kijkt de zeeman fors aan: "Kapitein, wanneer varen we uit?!"

(tekst en foto: André Bor, The Irish Times Pub nabij de haven van Antwerpen)


Blogposts gratis in je e-mailbox?


Delivered by FeedBurner

Geen opmerkingen:

Een reactie posten