De Bomen door het Bosch

De kortste dag van het jaar en de terugkeer van het licht

Het is de kortste dag van het jaar. De ogen van de reiziger moeten even wennen aan het schemerlicht in de duisternis. Zijn reis door het ongerepte woud en zijn vele vragen over het leven hebben hem tot hier gebracht.

De Grote Beer lijkt gevaarlijk, maar het dier laat hem dichterbij komen. Alsof het wil zeggen dat hij zijn moed moet tonen om verder te mogen. Het dier zegt niets, maar toch klinkt zijn stem in zijn hoofd:

"Dit is de plek, reiziger, waar de wetten van de natuur gelden. Hier word je niet gewogen over goed of fout. Dit is de tombe waar het vlees van je botten zal vallen. De tijd van naakte eerlijkheid. Je hoop en je angsten zullen met je laatste adem wegzinken. Hier mag je je lasten loslaten. Fouten van anderen vergeven - en die van jezelf ook. Alles is vergeven, maar niets is vergeten. Kom, ga naar binnen...

Als je aan de kalkoen vraagt wat er op het kerstmenu komt...


Het was elk jaar hetzelfde drama. Ze noemden het "The most wonderful time of the year", maar Kalkoen dacht daar anders over. Binnenkort zou de boer weer op de staldeur kloppen met die ene vraag: Wie van jullie komt er dit jaar op het kerstmenu?

Het Verborgen Cadeau van Rijkdom


Die avond kwamen alle raadgevers van het koninkrijk bijeen. De Grote Schepper kwam als laatste binnen en ging theatraal aan het hoofd de ronde tafel zitten. Hij nam meteen het woord: "Geachte Aanwezigen. Nu wij de mens geschapen hebben, wil ik hen een Cadeau Van Rijkdom geven. Het cadeau van besef dat ze hun eigen realiteit kunnen creeeren. Dat ze zelf kunnen kiezen hoe zij hun wereld beleven. Maar ze zijn er nog niet klaar voor, en daarom zoek ik een plaats om het te verbergen."

De Achttiende Kameel


De schemer valt in de Negev woestijn. Met de ondergaande zon sterven de geluiden van de dag en komt de nacht tot leven. Een koele bries streelt het Israëlische landschap en voert een walm van etherische olie met zich mee.

De omtrek wordt verlicht door een houtvuur. Silhouetten van drie druk gebarende mannen vormen een schril contrast tegen de rustige achtergrond van enkele bedoeïenententen in een groene oase. Boze stemmen. De waterpijp ligt binnen handbereik, maar er wordt deze nacht geen vrede gerookt.

Hoe de Vos de Weg niet Wist (omdat hij niet kon kiezen)


In zijn vaart botst hij tegen het Zwijn aan.
“Hé kijk uit waar je loopt!” gilt het Zwijn zoals alleen een zwijn dat kan.
“Ja sorry, ik ben te laat!” roept de Vos terug.
“Kalm aan… Je komt er heus wel” knort het Zwijn gehumeurd verder zijn weg.

In volle vaart rent de Vos verder. Maar waar is hij nu?

Dat bosje van zojuist, daar was hij eerder geweest. Hij had eronder gelegen om de Fazant te bespieden. Haar dijen zagen er vet en smakelijk uit. Maar ze had zijn geur geroken en sloeg voluit alarm. De hele omgeving had het gehoord en zijn kans op een goede maaltijd was verkeken.

En nu is hij verdwaald. Dit bos heeft hij nooit eerder bezocht. En de weg terug weet hij ook niet. Zijn vertrouwde territorium is gewoon… ver weg.

De deurbel ging...


De deurbel ging...

Ze had kinderen verwacht in hun angstaanjagendste Halloween-kostuum. Die in koor riepen: "Trick or Treat!".

Er was niemand.

Er stond alleen een oude lamp op de stoep. Hij had geen ogen, maar toch kreeg ze het gevoel dat hij haar fronsend aankeek: "Wrijf over mij..."

Ze deed het.

Elk Einde is een Nieuw Begin

Je was op weg naar je afspraak toen je stierf.

Het was niet spectaculair of bijzonder en je had het zelf niet eens door. Het was een snelle pijnloze dood. Je voelde een hartklopping, je haalde geschokt adem en je greep naar je borstkas. Dat was het. Je hart stopte gewoon. Je blies je laatste adem uit, je lichamelijke ogen vielen dicht, en je spirituele ogen gingen open.

En toen zag je mij.

"W... wat gebeurt er?" vroeg je aarzelend.

"O, je bent zojuist gestorven." zei ik. Er omheen draaien had geen zin.

"Ik... ben dood?" Je trok wit weg.

"Ja, maar dat geeft niet. Iedereen gaat dood." zei ik geruststellend.

"Maar... hoe...?"

"O gewoon, een normale hartstilstand. Het overkomt de besten. Je hebt geluk gehad. Je had een kwaal onder de leden en je zou snel aftakelen. Onomkeerbaar. Ze zouden je nog jaren in leven hebben gehouden. Als een kasplantje. Geloof me, je bent beter af zo."

"Oké..." Je schoot in de stress. "En mijn werk dan?! Ik heb nog zoveel te doen!".

"Dat gaat niet meer gebeuren. Maar maak je niet druk, dat zijn kleinigheden. Ze redden het wel zonder jou. Begraafplaatsen liggen vol met mensen die dachten dat ze onmisbaar waren. Uiteindelijk draait de wereld gewoon door."

"En mijn huis dan?! Mijn spullen!" klonk je nu in paniek.

"Sorry, maar die doen er nu niet meer toe. Ze vinden er wel een bestemming voor. Je denkt nu misschien dat dat een ramp is, maar wees gerust, je hebt ze niet meer nodig. Wat je nog wel hebt is veel waardevoller. En het is nodig om af en toe op te ruimen. Herfst en de winter maken ruimte voor nieuwe dingen."

Je keek om je heen "Waar zijn we? Is dit de hemel? De hel?!"

Hoe een Onverwachte Ontmoeting in een Katholieke Kerk met Belgisch Bier heel goed samen gaan

bij Belgisch Biercafé Olivier in Utrecht
Het begint als een gewoon gesprek en we hebben elkaar lang niet gezien. “Hé, hoe is het met jou?”. Automatisch zeg ik “Ja goed”. Van sommige mensen weet je dat ze meer willen weten dan dat. En inderdaad “Naar welke kerk ga jij tegenwoordig?”. Alsof het vanzelfsprekend is dat ik dat nog zou doen. Ik zeg “Ik ga niet meer naar een kerk. Al jaren niet. Maar ja, we hebben elkaar zo lang niet gezien”.

Een teleurgestelde blik “O... dus je gelooft niet meer in God?”. Het vraagteken aan het eind is een teleurstelling zonder veroordeling. En dat is goed. Ik reageer verrast terug “Huh? Hoezo denk je dat?”. Een pijnlijke blik “Nou, het is altijd jammer als mensen niet meer geloven dat God bestaat”. Ik zeg “Hooo eens even! Nu trek je conclusies over dingen die ik niet gezegd heb. Net als bij de McDonalds....”

3 tips Hoe je oud kunt worden



De laatste tijd hoor ik veel mensen over "oud worden" en wat ze dan allemaal gaan doen. Vaak zijn het fantastische toekomstplannen waarbij ik vraag "Waarom begin je daar vandaag niet mee? Je pensioen kan wachten".

En dan komen de excuses. Verplichtingen, deadlines, druk, druk, druk, geen tijd en geen geld. Het leven gaat vandaag over overleven, en in de toekomst wordt alles anders. Maar, "vandaag" is het enige wat je hebt... En als er "vandaag" niets veranderd, waarom zou "de toekomst" anders zijn zodra deze "vandaag" wordt?

Afijn, je snapt dat je dit soort gesprekken het beste kunt voeren in een donkerbruin café of bij een vuur in het bos. Daarbij, we moeten eerst maar eens oud zien te worden.

Je weet maar nooit wat je in een oude schuur vindt...


Helaas moeten we ons verhaal beginnen met een oude schuur. Als hij niet oud was, dan hadden we geen verhaal. Maar hij is. En we moeten. En dus is het tijd om het te vertellen.

Op de boerderij woont een jongen, Jack. Hij is 9 jaar en werkt al hard mee. Elke morgen bij het kraaien van de haan staat hij op om de koeien te melken en eieren te rapen. Hij doet zijn huiswerk goed en haalt hoge cijfers op school. Zijn moeder is overleden en hij wordt verzorgd door zijn vriendelijke doch strenge vader.

Op een schemerige avond roept zijn vader hem bij zich: "Jack, we moeten praten". Aan de serieuze toon van zijn stem hoort Jack dat het wel heel belangrijk moet zijn. Hij wordt er zelfs bang van. "Luister", zegt zijn vader "Ik heb je iets belangrijks te vertellen. En je moet goed luisteren, want het heeft te maken met gevaar."

Hoe De Regen het won van De Zon


Terwijl hij zijn overwinningstocht maakt wordt hij van alle kanten bejubeld. Langs de straten, op de terrassen en aan de stranden. Overal waar hij komt klinkt gejuich. Mensen kleden zich van blijdschap voor hem uit. Ze zwaaien met hun handdoeken, spuiten liters zonnebrandolie op in geurige fonteinen en tooien hun hoofden met feestelijke zonnebrillen.

Hij is De Zon en hij heeft de strijd gewonnen van De Regen. Met een zelfvoldane grijns komt hij aanrijden uit het zuiden voor een nieuwe ereronde. Hij kan er geen genoeg van krijgen. En zijn publiek ook niet. Hij houdt van zijn publiek en zijn publiek houdt van hem. Zo moet het voor altijd blijven.

Vanuit het oosten komt De Wijze Wind aangewaaid: "Zon, wat doe je?". "Ik? Ik vier mijn overwinning, Wind! Ik breng licht voor mijn zonen en dochters. Door mij zal het nooit meer donker zijn. Ik breng warmte. Door mij zal het nooit meer koud zijn. De bloemen richten zich op en openen hun bloemen voor mij. Ik breng leven, zodat er nooit meer dood zal zijn."

De Wind is even stil, zoals een wijze altijd eerst nadenkt voordat hij spreekt "...... O zeker, je hebt gewonnen. Je aanhangers zijn blij. En zonder jou bestaat er inderdaad geen leven. Maar heb je ook door dat dit niet zo kan blijven? Als je De Regen geen kans geeft om terug te keren, dan is het leven wat jij brengt weer snel voorbij. Want zonder regen kan het leven niet voortbestaan.

De Hoeder van Het Woud


Augustus 2010, in een Zweeds woud nabij Kolarbyn. Het lijkt een eeuwigheid geleden, maar in mijn herinnering was het gisteren. Ineens stond hij voor me. Geruisloos als een vallend blad en uit het niets verschenen als een luchtspiegeling. Ik had hem niet horen aankomen. Hij stond gebogen en oud, leunend op zijn kromme Hazelaarstaf, en tegelijkertijd jeugdig huppend van zijn ene op zijn andere been. Zijn baard kwam tot zijn knieën.

Verrast en van mijn apropos gebracht stotterde ik "W-W-Wie ben je?". Met een blik van "Nou ja, alsof dat niet duidelijk is..." antwoordde hij "Ik ben De Hoeder van Het Woud. Nee, niet De Heerser, maar De Hoeder. Het Woud is er niet voor mij, maar ik ben er voor Het Woud. Ik ben er onderdeel van".

Wat er gebeurt als je tegen iemand zegt dat hij of zij mooi is.

Video: Hoe mensen reageren als hen wordt verteld dat ze mooi zijn.

Wat gebeurt er als je tegen iemand zegt dat hij of zij mooi is? Het is een eenvoudig experiment wat je elke dag zelf zou kunnen uitvoeren. Deze video (en veel andere video’s) laat zien hoe mensen opleven als ze horen dat ze mooi zijn. Als het gezegd wordt door iemand die het werkelijk meent en verder geen bijbedoelingen heeft.

Maar waarom doet dit zoveel met mensen? Eigenlijk zou je moeten concluderen dat mensen het te weinig horen. In onze maatschappij hoor je niet vaak dat je iets goed doet. Je hoort het pas als je iets fout doet en hoe je het de volgende keer beter kunt doen.

Het doet me denken aan het verhaal van de oude indiaan die met zijn kleinzoon bij het vuur zit. “Binnen in mij is een gevecht gaande” zegt hij tegen de jongen. “Het is een afschuwelijk gevecht tussen twee wolven. De ene wolf is Slecht – hij bestaat uit woede, jaloezie, hebzucht, verwaandheid, schuld, wrok, leugens, valse trots, superioriteit en ego. De andere wolf is Goed – hij is vreugde, vrede, liefde, hoop, kalmte, nederigheid, vriendelijkheid, vrijgevigheid en compassie. Binnen in jou woedt dezelfde strijd – en dat geldt voor ieder mens.”

De kleinzoon denkt enkele ogenblikken na en vraagt aan zijn grootvader: “Welke wolf zal het gevecht winnen?”. De oude man glimlacht en antwoordt: “Degene die je voedt.”

Slenteren op de vrijmarkt

Wat een troep. En wat heerlijk dat ik dat allemaal niet hoef te kopen! Dat je het weg doet snap ik. Waarom kocht je het eigenlijk in de eerste plaats?

'4 euro, meneer!' Ik schud mijn hoofd. '2 dan?'. Door alleen maar met je hoofd te schudden gaat de prijs met de helft omlaag... Dat kan niet veel waard zijn.

Geef me een verhaal. De klok van oma op de schoorsteenmantel waar je als kind naar luisterde tijdens de limonade met koekje. De DVD die je samen op de bank keek, en waar je zo in elkaar op ging dat je de hele film niet zag.

Vertel me wat het je waard is. De prijs doet er dan niet meer toe.

Blogposts gratis in je e-mailbox?


Delivered by FeedBurner

"Kijk hem nou lopen, Popie Jopie, ga toch naar de kapper man!"

De woorden galmen nog na. Regelmatig krijg ik op straat en zonder aanleiding opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd. Vooral op onbewaakte momenten als ik in gedachten verzonken ben. Ik ben eraan gewend om niet in het wereldbeeld van anderen te passen. En om eerlijk te zijn, ik doe er geen moeite voor en het heeft voordelen. Mensen laten mij hun ware aard zien.

Door de jaren heen heb ik een heel arsenaal aan non-verbale reacties opgebouwd om ermee om te gaan. Ik ben niet van steen, maar veel opmerkingen verdienen niet meer aandacht dan een blik als "Ik heb je gehoord, gezien, en je verspilt je moeite". Doorlopen is key, want praten levert niets op en een seconde later is iedereen het toch weer vergeten.

Dit keer was het anders. Een zwerfster sneed me de pas af. Ik had haar in de verte al zien aankomen, vragend om "een eurootje voor de opvang en ze moest er nog maar één". Ze was in haar slachtofferrol en speelde goed in op emoties. Velen gaven haar. En ik kan slecht tegen mensen die op mijn emoties inspelen. Die ene euro had ze al een paar keer gehad, dus bij mij zou ze een ander verhaal moeten hebben.

De zeeman en de strandjutter

Hij had nog zo gewaarschuwd "Het is gevaarlijk! Ga niet! Dit word je graf!". En toch was de zeeman van wal gestoken, met zijn driemaster de veilige haven uit. Zijn zeilen, donker afstekend tegen de hel-blauwe hemel, werden steeds kleiner. En uiteindelijk waren ze achter de horizon verdwenen.

Een paar maanden later...

De strandjutter schopt nukkig tegen een stuk aangespoeld drijfhout en mompelt verwensingen in zichzelf. De zee is rustig vandaag, maar daar achter de horizon woeden stormen weet hij. De verhalen worden vaak verteld in het café aan de haven. Van zeemonsters en zeeslagen, van stormen en schipbreuken. Hij is nog nooit op zee geweest en is dat ook zeker niet van plan. Hem niet gezien! Geen veiligere plek dan vaste grond onder zijn voeten in zijn eigen kleine haven.

Hij bekijkt het drijfhout nog eens goed. Hij heeft het eerder gezien, maar waar? Opeens dringt het tot hem door... De mast! Het is een stuk mast van de driemaster! Ongelofelijk, heeft hij weer gelijk gekregen. Een schip zonder mast. Zonder zeilen. Wat een ellende! Die is op de klippen gelopen...

Waar zouden we zijn zonder de trein!

De deur van het toilet wil niet open. En als je nodig moet, tijdens een lange reis, in een intercity op volle toeren, met zeebenen, met allemaal murwe mensen om je heen, dan is dat enorm irritant!

Het zijn twee schuifdeuren met een klein handvat. Ook voor rolstoelen, staat er. Ik krijg de deuren met moeite 10 centimeter open. Ik klem mijn vingers om de deurranden en duw ze met alle macht uit elkaar. Als Simson, toen hij de steunpilaren wegduwde en de tempel instortte. Ik verwacht elk moment het gekraak van het wagondak dat naar beneden komt...

Maar het lukt. Ik stap naar binnen en bedenk me dat nu de hele exercitie andersom moet. Aan de binnenkant alweer zo'n klein handvat. Met dezelfde moeite duw ik de deuren weer naar elkaar toe. Hoe doen mensen in een rolstoel dat!

De boodschap is gedaan en ik zie op tegen de komende minuten. Maar ik wil hier niet langer blijven dan nodig is, dus de deuren moeten weer open! Uiteindelijk sta ik weer buiten en de deuren zijn weer dicht. Ik geef mijn spierballen een massage en mijn oog valt op een knopje, links een meter verder op heuphoogte. Er staat "< >" op. Nee, het zal toch niet! Ik druk op het knopje. Met een hissend geluid glijden de deuren vloeiend open...

Waar zouden we zijn zonder de trein!

Blogposts gratis in je e-mailbox?


Delivered by FeedBurner