Into the wild – Wat heb je nodig? - Water

In een vorige blogpost (Into the wild) schreef ik dat we onze vakantie doorgebracht hebben zonder (luxe) voorzieningen van de maatschappij. Zo kom je er achter wat je werkelijk nodig hebt om te leven. En dat is niet veel.

Als je niets hebt, dan gaat al je tijd op aan het zoeken van voedsel, het bereiden ervan, en het onderhouden van je persoonlijke hygiëne. Al het andere doet er niet toe. In deze blogserie behandel ik per post wat je nodig hebt, en welke alternatieven de natuur ons (gratis!) biedt:

Het paradijs


Dat is een plaats waar je alleen natuurlijke dingen ziet. Een groen bos met hoge dennenbomen waar de zon tussendoor schijnt. Golvende schaduwen door het oneffen landschap. Glooiende heuveltjes met stenen die overgroeid zijn met mos. Vlinders dartelen van bloem tot bloem. Een vos sluipt over de open plek, op zoek naar een prooi. Een hert stapt niets vermoedend door het struikgewas.

Op een plaats waar je alleen natuurlijke geluiden hoort. Het knisperen van de bladeren. De wind ruist er doorheen. Regendruppels vallen erop in een ritmische kadans. Takjes op de grond kraken als er torretjes doorheen lopen. Beestjes zoemen om je hoofd.

Op een plaats waar een onzichtbare muur je omsluit in een veilige haven. Veilig voor de hektiek van de omringende doordraaiende wereld. Een oase van rust. Een paradijs waar je je even weg waant uit de dingen van alle dag.

Alleen daar kan de accu opgeladen worden.

Geschreven in de achtertuin van Thomas & Monica (Zweden)

Sfeerverslag (met foto's) van ons Zweedse avontuur: Paradise - De natuur als inspiratie...

Into the wild



Wie de film heeft gezien, gaat erover nadenken. De maatschappij, de economie, succes, en vrijheid. Wat is vrijheid eigenlijk? En is de maatschappij één grote leugen? Heb je werkelijk succes als anderen tegen je op kijken en je alles kunt kopen? Ben je werkelijk vrij als je in je droomhuis woont (met hypotheek) en je van niemand en niets afhankelijk bent? (totdat je wordt getroffen door een natuurramp of financiële crisis…).

Drakkars varen niet meer uit


Drakkars varen niet meer uit. Het zeeschuim beukt niet meer tegen de boeg. De vlag hangt slap. “Hoist the colors” wordt niet meer gehoord. De wind zoekt zijn confrontatie ergens anders. De horizon blijft leeg.

Geen rooftochten meer. Geen thuiskomst. Geen welkomstgejuich van de achterblijvers. Veroverde plunderschatten worden niet meer uitgeladen. Geen moment van bezinning voor hen die achter bleven in de strijd en op zee.

De zee is gedaald tot een stinkende poel van moeras. Vliegen zoemen in wolkformatie rondom. Jagend op mijn bloed. Ze gaan alleen voor victorie. Verliezen is geen optie. Ik sla ze van mij af, maar de aanval gaat door. Op zoek naar de zwakke plek.

Er land een steekmug op mijn onderarm. Als je goed kijkt zie je flonkerende ogen. Onder een helm en boven een baard. De angel zwaait als een zwaard in het rond. Er stroomt hier in ieder geval nog wel vikingbloed door d’aderen…

Geschreven aan het fjord in Onsevig (Denemarken).