Het Nieuwe Werken – Is er dan ook Het Oude Werken?

Om te weten waar je naar toe gaat, moet je eerst weten waar je staat.

De kreet Het Nieuwe Werken zie je steeds vaker opduiken, maar waar gaat het eigenlijk over?. En als Het Nieuwe Werken bestaat, bestaat Het Oude Werken dan ook?

T/m het jaar 1700
We zitten midden in de Gouden Eeuw. Het verhaal van De Vliegende Hollander waert rond in gelagkamers en duistere steegjes. West Europa heeft de wereldhandel in handen. Nederland loopt voorop met de VOC. Concurrerende landen als Engeland, Frankrijk, en Duitsland hebben het nakijken. Mooie tijd :-)

Gilden
De gilden maken de dienst uit. Gilden bestaan uit ambachtslieden die allen hetzelfde ambacht uitvoeren. Vaak heeft een gilde het monopoly op zijn eigen ambacht. De beroepsgeheimen mogen alleen met ingewijden uitgewisseld worden.

Als je een ambacht (baan) kiest, dan doe je dat voor het leven. Eigenlijk is het geen keuze. Meestal neem je het beroep van je vader (en van je opa. En van je overgroot opa…) En je kinderen nemen het later van jou over. Veel ambachten worden thuis in het atelier uitgevoerd. Als er geen aparte kamer voor beschikbaar is, dan gebeurt het gewoon midden in de huiskamer.

Al jong wordt je lid van het gilde van je ambacht. Je begint als leerling. Door ervaring wordt je gezel (vakman). En als je goed bent wordt je meester. Je hele werkzame leven is gericht op het doorlopen van deze drie graden. Tegenwoordig zien we dit nog steeds terug bij de vrijmetselarij.

De verlichting

In die zelfde tijd komt De Verlichting op gang. Met name vanuit de bovengenoemde concurrerende landen. De adel en de kerk hebben het volk een aantal eeuwen dom gehouden. De macht ligt centraal. Door de opkomende wereldhandel komen er naast handelswaar ook boeken en reisverhalen mee. Mensen krijgen inzicht buiten de grenzen van hun eigen leefwereld. De West Europeanen leren dat ze niet het enige superieure ras zijn met een hogere status ten opzichte van de omringende “barbaarse volken”. Chinezen en andere “heidense culturen” houden er ook hoge normen en principes op na.

Door dit inzicht worden mensen mondiger en gaan ze voor zichzelf denken. Dogma’s die de kerk eeuwenlang als waarheid heeft opgedrongen worden nu van vraagtekens voorzien. Het onderdrukte creatieve potentieel dat ieder individueel mens in zich heeft wordt gewekt. Creatieve denkers bundelen samen. Het “out of the box” denken komt op gang. Nieuwe uitvindingen nemen de gilden hun monopoly uit handen. Het markeert het begin van de industriële revolutie.


1701 – 1800
In Engeland ontdekt men toepassingen voor stoomkracht. Er kunnen machines mee worden aangedreven. Werkprocessen worden gemechaniseerd. Zo ontstaan de fabrieken. Door het werk aan een lopende band te organiseren kan er meer en goedkoper geproduceerd worden met minder mensen. Deze industriële revolutie waait over naar de rest van Europa. Ambachtslieden aan huis kunnen niet op tegen deze concurrentie. Ze zien zich genoodzaakt om buitenshuis te gaan werken in de fabriek. De ambachtsman wordt een arbeider. Dit is het moment dat privé en werk fysiek gescheiden worden.

Command & Control
Het werken in de fabriek brengt veel veranderingen met zich mee. Vroeger was de ambachtsman vrij in het uitvoeren van zijn beroep, afhankelijk van zijn ambacht waar en wanneer hij dat deed. Het onderhoud van zijn gezin stond voorop. De arbeider is echter een slaaf van de onderneming. Het draait niet meer om zijn gezin, maar om de kwaliteit en kwantiteit van het eindproduct. En daar waar de ambachtsman de hele ketting van het vervaardigen van zijn product in de vingers moest hebben, daar is de arbeider maar één schakeltje in het hele proces. Zijn creativiteit wordt getemperd en zijn werk is doodsaai.

Arbeiders die doodsaai werk doen verliezen snel hun concentratie. Dat zorgt voor een slechter eindproduct. Daarom worden er teamleiders aangesteld die hen sterk moeten controleren. De command & control managementstijl is geboren. Het begin van de machine bureaucratie. Het denkwerk wordt “bovenin” de organisatie gedaan (command). Via allerlei tussenlagen worden de opdrachten naar beneden gecommuniceerd. De statusrapporten en urenregistraties worden “beneden” gemaakt (control) en via dezelfde tussenlagen naar boven gecommuniceerd. De macht ligt niet meer centraal bij de adel en de kerk, maar bij de leiding van de fabriek/onderneming.



De 20e eeuw
Met de komst van technologie ontstaan nieuwe soorten fabrieken: administratieve- en dienstenorganisaties. De lopende band wordt vervangen door bedrijfsprocessen. Hun belangrijkste product is informatie op papier. Mensen worden weer gemotiveerd om zelf na te gaan denken. Hun bestaansrecht wordt gevormd door het beschikken over de juiste kennis. Dit geeft hen macht. Om deze positie te houden wordt de kennis bij voorkeur niet gedeeld.

Toch duurt de industriële revolutie voort. De organisatiestructuur en de aansturing van de administratieve- en dienstenorganisaties blijft hetzelfde. Het beproefde model van machine bureaucratie, Command & Control, blijft in stand. De macht ligt nog steeds bij de leiding van de onderneming.


De 21e eeuw
Papier heeft de eigenschap dat het plaatsgebonden is. Om achter de informatie die erop staat te komen moet je naar het papier toe. In de meeste gevallen is dat op kantoor.

Geld is inmiddels een digitaal cijfer. De elektronische handtekening is maatschappelijk geaccepteerd. Steeds meer formulieren zijn digitaal. Archieven worden gedigitaliseerd. De werkplek van een gemiddelde kantoormedewerker bevat steeds minder ordners en kasten, omdat de informatie digitaal op het bedrijfsnetwerk staat.

Met digitale informatie ben je als mens niet meer afhankelijk van waar je bent. En het maakt ook niet uit op welk tijdstip je het zoekt. Desnoods midden in de nacht. De portier is vervangen door een inlogcode en een wachtwoord.

De arbeider wordt weer een ambachtsman. Hij kan zijn werk weer vanuit huis doen. Om zijn collega’s te spreken moet hij gerichte afspraken met hen maken. Vergaderingen zullen gefocust zijn op samenwerking en uitwisselen van ervaringen. Doelloze onderwerpen komen niet meer aan bod, omdat er geen tijd gedood hoeft te worden.



Epiloog
Er is een andere kant aan de medaille. We zijn de afgelopen eeuwen geconditioneerd om door onze “baas” gecontroleerd te worden hoe we ons werk doen, en dat we tijdens onze werkdag ook echt aan het werk zijn. Aanwezig zijn op kantoor is belangrijker geworden dan resultaten behalen. De vraag is of we de vrijheid aan kunnen om te werken vanuit huis, of elke andere gewenste locatie… We moeten een verandering tussen onze oren doormaken.

We zullen vooraf resultaat-afspraken moeten maken met onze manager. En we zullen de discipline moeten hebben om op andere locaties dan op kantoor met de dingen van het werk bezig te zijn. Onze resultaten zullen uitwijzen of we dit aan kunnen. De volgende generatie zal er minder moeite mee hebben. De techniek is er in ieder geval klaar voor.

Welke voordelen zie jij om overal te kunnen werken op elke tijd

En welke hobbels zie jij op de weg voordat het zover is?

Aanverwante artikelen


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen