Waarom varkens in de grond wroeten

Het jaargetijde van korte dagen is weer aangebroken. De avond bindt de strijd aan met de middag, en wint met zijn duisternis zienderogen terrein op het licht.

Met een ijzige winter in aantocht van ijsbloemen op de ramen, en gierende windstoten door de schoorsteen, laat de haard binnenshuis steeds vroeger zijn knapperend vuur gelden. De vlammen werpen hun schaduw op de kring van gezichten die hun handen warmen aan dampende kelken gluhwein en mokken chocolademelk.

Op zo'n moment is maar één tijd: Tijd voor een verhaal...

Waarom varkens in de grond wroeten

In het weidse Groningsche coulisselandschap van weilanden, afgekaderd door bomenrijen, staat de boerderij van boer Nienhuus. Het is aan het eind van de middag en de schemering doet reeds zijn intrede. De boer en zijn knechten maken zich op om huiswaarts te keren.

De rookpluim uit de schoorsteen verraad een stevig opgestookt fornuis. De wind verspreidt een onweerstaanbare geur die menig landman in het veld het water in de mond doet lopen. Boerin Nienhuus is bekend om haar kookkunst. Daarmee brengt zij menig man aan tafel tot zwijgen na een dag van noeste arbeid.

Vandaag is het pannenkoeken dat de pot schaft. De laatste ligt in de pan en is daarom extra dik. Hij moet alleen nog omgekeerd worden. Haar geoefende polszwaai laat de pannenkoek omhoog vliegen tot aan de balken van het plafond, om hem vervolgens omgekeerd weer op te vangen in de pan. Het gaat altijd goed. Tot deze keer…

De pannenkoek valt, na een mooie zwier, op de rand van de pan. Om zich vervolgens met de soepelheid van een atleet af te zetten van de rand en op de grond te ploffen. “Die verdraaide pannenkoek” roept boerin Nienhuus uit, gekrengd in haar trots “Voor mijn part loop’tie naar den duvel!”.

Ze heeft het nog niet gezegd, of het gebeurt. De pannenkoek gaat aan het rollen. Hij rolt door het karnhuis en komt daar de meid tegen. Ze gilt van angst!

Hij rolt verder naar de schuur en rolt daar de knecht tegen het lijf bij het dorsblok. Die weert zich kranig met zijn riek, maar de pannenkoek rolt alweer verder.

Op het erf belandt hij pardoes tussen de kippen. Die stuiven kakelend naar alle kanten uiteen.

In de modderpoel rolt een varken in zijn drek. Het varken ziet de pannenkoek aan komen rollen en gelooft zijn oren niet. De pannenkoek zingt:

Ik ben de boerin en de meid ontlopen,
Bij de knecht onder ’t blok doorgekropen,
Hennetje Tiktak is verzopen,
De haan kon ook zo hard niet lopen,
Hou jij zwijn je snuit maar open!

Dat laat het varken zich geen twee keer zeggen. Met 1 hap heeft hij de halve pannenkoek te pakken. De andere helft van de pannenkoek rolt door. Het varken gaat er achteraan, maar de pannenkoek is ook hem te vlug af. Hij verstopt zich zingend in het modderbad. Het varken slaat aan het wroeten.

Bij het vallen van de duisternis hoort hij nog steeds het lied.
Sedertdien wroeten alle varkens, maar krijgen doen ze de pannenkoek niet.

(Eigen bewerking, geïnspireerd door de Groninger Overleveringen van K. ter Laan)



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen