De Vliegende Hollander

Attractie De Vliegende Hollander (Efteling)

Het jaar 1676. Kaap De Goede Hoop. De dag voor Pasen...

Het is een stormachtige avond. De schepen liggen veilig beschut in de haven, maar het onstuimige water laat ze dansen als kurken in een rollend biervat. Wie nog buiten is zoekt een veilig heenkomen in de schemerige taveerne.

Op één van de schepen loopt de kapitein stampvoetend heen en weer op de brug. Hij, Willem van der Decken, staat bekend als groot zeeman. Een meester in het bevaren der wereldzeeën. Het wildste weer schrikt hem niet af. Hij kent geen tegenstand op zijn schip. Iedereen vliegt op zijn wenken.

Hij kijkt herhaaldelijk naar de lucht en het water, snuift de wind, en balt zijn vuisten. “Ik vaar morgen uit!” schreeuwt hij naar zijn stuurman. “Maar kapitein, het is morgen 1e Paasdag! Op deze heilige dag van de Heer wordt nooit gevaren”. Hij fronst zijn wenkbrauwen en zijn ogen schieten vuur “Ik zeil wanneer ik wil, versta je!”

Hij draait zich om en staart met zijn duistere blik over het water. De golven jagen hoog en wild. De wolken jagen er dreigend overheen. De storm giert door het want alsof het hem uitlacht. Hij denkt aan de waarschuwingen die men hem de laatste dagen heeft gegeven. “Je komt de haven niet uit, kapitein! Je ligt zo weer aan de kade. En áls je de haven al uit komt, dan ben je in 10 minuten voor de haaien!”

De haven niet uit? In 10 minuten voor de haaien? Hij?! Hij grijnst. Voor de drommel. Dat zou hij toch wel eens willen zien! “Ik vaar morgen uit!” Zijn besluit staat vast. Hij stapt zijn kajuit in en gaat slapen. Nooit sliep hij beter. En nooit ging de storm s’nachts erger te keer.



Muziek Efteling Attractie De Vliegende Hollander (Smokkelgang)


Bij het krieken van de dag staat hij weer op de brug. “We varen!” beveelt hij kort. “Hijs ALLE zeilen!” De stuurman kijkt hem vragend aan. “We varen, stuurman!”. De matrozen klimmen joelend in het touw. Ze gaan varen! Hun kapitein heeft lef. Wat is hij toch een machtig mens! Ze zijn trots op hem.

Op dat moment beginnen de Paasklokken te luiden. De matrozen zwijgen plotseling. De Heer is opgestaan. De kerk roept. De kapitein beveelt. Ze…... klimmen hoger in het want.

Op de kant roept de havenmeester “Vaar je?”. “Ik vaar!” roept de kapitein terug,

"Al moet ik vaeren tot in eeuwigheid! Ik zal vaeren!”

Hij draait zich om naar zijn matrozen om hen nog een aantal bevelen te geven. De wind fluit door het want en de zeilen klapperen weerbarstig. De Paasklokken luiden. De ketting ratelt als het anker wordt gelicht. De matrozen wachten op het volgende bevel. Maar dat komt niet…

De kapitein staat op de brug. Stil en onbeweeglijk. Zijn ogen kijken star naar de horizon. Niet meer vol vuur. Eerder als twee zwarte vlekken in zijn oogkassen. De kleur trekt weg uit zijn gezicht. Spierwit en zonder een spier te verrekken staat hij daar. De schrik slaat hen om het hart. En voor ze het weten verstarren zij ook. Spierwit kijken ze naar de horizon. De storm buldert. De klokken luiden. En de zeilen bollen tegen de wind in…

Op de kade ontstaat tumult. Het schip zeilt tegen de wind in naar de havenmond. Ze staren het schip na. Op het dek schijnt een blauwachtige gloed. En de zeilen glimmen rood op, alsof ze in brand staan. Maar er is geen vuur! En er is ook geen rook. Het schip wordt steeds kleiner. Een zwart silhouet met zwarte masten. In de verte wordt het nog eenmaal opgetild op een hoge golf. Daarna verdwijnt het achter de horizon…

De driemaster kwam nooit in Indië aan. Ook keerde hij niet terug naar de thuishaven. Geen bericht bereikte het vaderland. Geen groet aan de verwanten van de bemanning. Was het schip vergaan?

Nooit dreef het wrakhout aan. Nooit meldde zich een overlevende van de Vliegende Hollander in de taveerne, om te vertellen wat er na die dag gebeurde.

Maar verhalen gaan hun eigen weg...



Een jaar, een maand, en een dag later, vaart een koopvaarder om De Kaap naar het oosten. De stevige oostenwind drijft hem voorwaarts. Een matroos houdt de wacht in het kraaiennest. Plotseling duikt er aan bakboord een schip op uit de laaghangende wolken.

Zijn haren rijzen ter berge! Het schip vaart met volle rood opgloeiende bolle zeilen tegen de wind in, in een baan die hun koers gaat kruisen. De romp is zwart. En de masten ook. Een blauwachtig licht gloeit op het dek. Een Hollandse leeuw staat op de boegspriet. En de Hollandse vlag wappert in de mast.

De matroos slaat alarm. “Een spookschip! Een spookschip! Haal de kapitein!”. De bemanning stormt aan dek en ziet met schrik het schip naderen. De kapitein van de koopvaarder schreeuwt “Oploeven! Oploeven voor den drommel!”. Voor zijn schip is het te laat om maatregelen te nemen. Maar de kapitein van het spookschip staat op de brug. Fier en rechtop. Onbeweeglijk. Alleen zijn lange witte haren wapperen in de wind.

Op dat moment vaart het spookschip in op de koopvaarder. De Hollandse leeuw op de boegspriet schiet dwars door het boord heen. Mannen grijpen zich vast. Maar de verwachte schok komt niet. Geen oorverdovende botsing en krakend hout. Het spookschip vaart dwars door de koopvaarder heen en vervolgt zijn koers zonder vaart te minderen.

De kapitein van het spookschip kijkt niet om, zijn witte benige handen verkrampt aan de reling van de brug. Het spookschip verdwijnt zoals het kwam. Binnen enkele seconden slokt de nachtelijke mist het op.

De bemanning doet die nacht geen oog dicht. De voorraad rum gaat eraan. En met het stromen van het donkergele goud worden de herinneringen troebeler en fantastischer.

De volgende dag drijft de koopvaarder uit zijn koers en slaat te pletter op de rotsige kust. De matroos in het kraaiennest is de enige overlevende. Na vele omzwervingen komt hij in de taveerne en vertelt zijn verhaal.

“De zeeën in de Oost zijn behekst. De Vliegende Hollander zeilt nog steeds. Een ieder die zijn koers kruist overkomt averij, wat ik je zeg.” Met een holle blik in zijn ogen giet hij de pul achter in zijn keel. Met zijn andere hand slaat hij een kruis.

Alle schepen hadden hun tijd van komen en gaan. Jong staken ze in zee. Oud en moe vonden ze hun laatste haven. Zo ging het ook met de mensen. Maar de Vliegende Hollander? Die vaart nog steeds...

"Al moet ik vaeren tot in eeuwigheid! Ik zal vaeren!”



Muziek Efteling Attractie De Vliegende Hollander (Haven)


(Geïnspireerd door Cor Bruijn - Nederlandse Sagen. En door de meest geweldige attractie in De Efteling)

5 opmerkingen:

  1. Op naar de Winter Efteling! To the flying Dutchman!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Prach-tig verhaal! Ik ben gek op oude verhalen. Ik lees op 't moment Friese Mythen en Sagen, over mijn eigen (stijfkoppige) volk... tjaaa....

    maar wel MOOI!

    'n goede paas....

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dank je wel! Door de Efteling-attractie "De Vliegende Hollander" kwam ik helemaal in de stemming om het te schrijven. Hebben ze gaaf gemaakt.

    Nederlandse folklore is leuk. :-) We hebben in de geschiedenis al heel wat stempels gezet. En de Friezen hielden wel even mooi de Romeinen tegen bij de Rijn. Oftewel, door hun stijfkoppigheid gaan Friezen al heel wat eeuwen (millenia!) mee. Goed bezig dus.

    Dat jullie dan overal dubbele straatnamen op de borden hebben (ipv alleen in het normaal Nederlandsch) is jullie vergeven ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Dank je wel :) Met dit soort verhalen, op regenachtige dagen, is het tijd om binnen dicht bij het vuur te kruipen, met Piraat bier of een fles goede rum (uiteraard alleen om de sfeer te proeven ;)

    BeantwoordenVerwijderen